Schachtsignalen, met Wiel Kusters
Thursday, January 24th, 2013vanuit blog Wiel Kusters
en parkstadlimburgbloeit
vanuit blog Wiel Kusters
en parkstadlimburgbloeit
Zegarek mojego dziadka.
Het eerste voorwerp dat aan Sjtub is uitgeleend was pools.
This silver watch is the first object that has been lend to us, lend to Sjtub, to the artproject. Its original owner came from poland, walked across Europe and then found work here in the coalmines. His grandson brought us the watch.
Ik citeer uit de brief van de kleinzoon die het horloge bij ons kwam inleveren.
“In een kast bewaar ik dit horloge van mijn grootvader; Stanislaw Owsianny, geboren in 1888, in wat nu Polen is.”
“Mijn grootvader werkte vanaf 1927 als ondergronder bij de staatsmijn Hendrik in Brunssum. In 1938, ter gelegenheid van het 40 jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina kregen alle mijnwerkers van de Staatsmijnen dit zilveren kleinood”.
“Helaas heb ik hem nooit gekend want hij stierf in 1954, een jaar voor mijn geboorte en een jaar na zijn pensionering. Je hoeft niet te vragen naar wie ik vernoemd ben”.
“Best augustus 2011″
“Johan Jozef Stanislaus Kopaszewski”
When the coalmines opened late in the nineteenth century only a handfull of people lived here, in this southeast corner of the Netherlands. This was then a rural area, the city did not yet exist. The coalminers came of course from elsewhere. They came from germany first of all, from belgium, poland, italy, slovenia, serbia, bosnie, macedonia, they came from all over the Netherlands friesland for example and amsterdam and drente and groningen and they came from turkey and marokko.
90 procent van de families van de oostelijke mijnstreek zijn immigrantenfamilies. Sla het telefoonboek maar open en kijk naar de namen. Wij zijn nu wel van hier, maar we waren niet van hier. Vader, grootvader of overgrootvader is hier naar toe komen lopen. De oostelijke mijnstreek is een smelttegel, een integratiemachine, een multiculturele gemeenschap.
Zijn we dat vergeten?
Een partij die van landgenoten tweederangsburgers maakt vanwege hun afkomst of godsdienst, schendt het basisbeginsel van de democratie dat zegt dat alle burgers gelijke rechten hebben, dat alle burgers gelijkwaardig zijn. Wie stemt op zo’n partij maakt zich schuldig en medeplichtig. Wie hier in de oostelijke mijnstreek stemt op zo’n partij verloochent zijn eigen afkomst. Wie hier in de oostelijke mijnstreek stemt op zo’n partij vernedert zijn eigen vader, grootvader en overgrootvader.
Als de burgers van een stad of streek collectief falen, als ze hun verplichtingen jegens hun voorvaderen en jegens hun kinderen niet nakomen, als ze de stad of streek laten verkommeren, als ze het kulturele, sociale en economische kapitaal dat ze geerfd hebben niet weten te bewaren en niet weten te vergroten, als de burgers van een stad of streek collectief falen, dan is het verleidelijk een ander, de ander, de vreemde de schuld te geven.
The families in this coalminingdistrict are almost all immigrants
Voor ons, hier in de oostelijke mijnstreek, is het overwinnen van de angst voor de vreemdeling en de haat naar de vreemdeling van het grootste belang. De renaissance van de oostelijke mijnstreek als parkstad, de renaissance die nog maar net op gang gekomen is, nog maar net is begonnen, gaat mislukken als wij ons door onze onderbuik laten regeren. Alleen als we in plaats daarvan hart en ziel en verstand en geest gaan mobiliseren, gaat onze wedergeboorte eindelijk lukken.
The affliction of xenophobia, the fear and hate of the stranger, has once again infected, affected the European mind. The fight to overcome that affliction is for us here a generational obligation. We owe it to those most intimate of strangers, our fathers.
Frans Geraedts
Ze domineerden de hemellijn met schachten, koeltorens, schoorstenen, steenenkolenbergen. Ze overstemden het geluidschap met klappende wagons, ratelende en schuivende stenen en kolen en het vierentwintig uur geknars en gebrom en gepiep van machines. Ze koloniseerden de geurwereld met het steenstof, de kolenstof, dur schlam en de as. Ze bezetten de verbeelding ondergronds.
12 mijnzetels, 12 reusachtige industriele complexen, dichtopeengepakt in een laag heuvellandschap.
We hebben er geen steen van laten staan.
Na de mijnsluiting heeft er zich in de oostelijke mijnstreek een kaalslag voltrokken.
Twelve coalmining complexes sat upon this land- and cityscape as a brotherhood of giants. When the mining stopped we killed them off without mercy, we erased, we eradicated, we rased every last building, every wall, every tower, every chimney, to the ground. Even the coalwastemountains have been sculpted and camouflaged and carried away.
De paniek heeft er mee te maken. De paniek die zich van de hele streek meester maakte toen duidelijk werd dat er hier van de mijnindustrie niets meer over zou blijven. Het oude wegvagen om plaats te maken voor het nieuwe, was een bezweringsritueel om de toekomst veilig te stellen, de toekomst dichterbij te dwingen.
Weerzin speelde mee. We mogen niet vergeten dat de overkoepelende ambitie van de vaders was dat de zonen niet in de mijnen zouden gaan werken, niet zouden afdalen, in de drek, het donker, de hitte en dur sjtub. Woede zocht zich een weg. Woede op de industrie die ons zo plotsklaps in de steek liet.
Maar de belangrijkste reden voor de kaalslag, voor de beslissing de mijngebouwen en mijnmachines in hun totaliteit met de grond gelijk te maken, was ongetwijfeld onnadenkendheid. Wij hebben er niet goed over nagedacht.
Stelt u zich eens voor hoe het zou zijn, hoe het geweest zou zijn, als we hadden besloten om op ieder van de twaalf mijnterreinen het mooiste, interessantste, spannendste gebouw te laten staan.
De fatale diemensie van de kaalslag was mentaal.
De passieve agressie die hier sinds de mijnsluiting de persoonlijkheden van binnenuit aanvreet, heeft meer dan een oorzaak. De reele machteloosheid ten overstaan van een grootschalige economische structuurverandering droeg er toe bij, de extreme afhankelijkheid van de overheid waarin men terecht kwam, deed dat ook, maar ik geloof steeds meer dat doorslaggevend voor de misvorming van onze ziel is geweest dat wij het mijnverleden geen waardige plaats in onze identiteit hebben weten te geven.
De kaalslag ontnam ons de publieke objecten die het mogelijk zouden hebben gemaakt gezamenlijk het mijnverleden te herinneren te rouwen en te vieren. Nog verstrekkender waren de gevolgen van de afbraak als symbolische handeling. De genadeloze sloop ontneemt met terugwerkende kracht aan het werk in de mijnen zijn waarde. Door de snelheid en de compleetheid en het fanatisme van de afbraak is het alsof men zich er voor schaamt, alsof het uit de geschiedenis moet worden weggewist, alsof het mijnwerk er eigenlijk niet had mogen zijn.
Vanaf het begin, vanaf het begin van de sluiting en de sloop, tekenen de mensen van de streek, tekenen de burgers van de oostelijke mijnstad verzet aan tegen de devaluatie van het werk in de mijnen. Ze doen dat door voorwerpen te bewaren die met het mijnwerk van henzelf, van hun vader en grootvader te maken hebben. De mensen zijn dat blijven doen, tot in de derde generatie. Tegenover de openbare kaalslag stond en staat de private koestering.
Het publieke kunstproject Sjtub sluit aan bij dat verzamelende verzet. De mijnvoorwerpen die door de families in de oostelijke mijnstreek worden bewaard, zullen de hoofdrol spelen in al de Sjtubmanifestaties. Zij zijn het materiaal voor de performances, de installaties, de vertoningen.
By restoring the dignity of our coalmining past, we will restore the dignity of our selves.
Sjtub heelt.
Frans Geraedts
Ademtocht, stofspoor.
(zet waszak op tafel en knoopt hem los) (opent doorzichtige plastic zak met stof)
Ik geef u, om te beginnen, een woord.
Sjtub.
Het is het eerste woord uit een reeks van vijf … woordgeschenken. Kaalslag, herinnering, schaamte en wederopstanding zullen volgen.
I give you five words, sjtub, devastation, memory, shame and resurrection that i will use as hooks to hang the thoughts and images of this text on.
(pakt een handvol stof)
Sjtub is een kleinood, een juweel van een woord. In zijn kleine frame, vijf letters, vier klanken, ligt een wereld van betekenis en informatie opgesloten, opgeslagen. Ik stel voor dat wij die schat samen lichten.
In Sjtub verzamelt zich de eigenaardigheid van het dialect van de oostelijke mijnstreek. Natuurlijk is de verzameling niet compleet, er zijn meer dialectklanken die niet tot het Nederlandse repertoire behoren. Maar de zachte en vochtige Sjjj, warmer dan de spitse s in bijvoorbeeld stof, de u die net wat opener is dan de nederlandse u in lucht en de volle en bolle b waar het nederlands voor de puntige p zou kiezen, maken van Sjtub een voorbeeldig streekklankminiatuurtje. Sprekers uit Holland hebben er dan ook moeite mee, met Sjtub, om het goed uit te spreken. U zult moeten oefenen.
Zeg mij na, repeat after me: sjtub, sjtub, en nu iedereen, everybody please, sjtub, sjtub, sjtub.
Sjtub is, durf ik te beweren, een iconografisch woord. Sjtub is een icoon. De eigenschappen van het woord zijn op de eigenschappen van het ding gaan lijken. Het woord is klein en gedrongen en hoekig. Net als stof. Gevormd onder druk, zou je bijna zeggen, tot een minimum gereduceerd. De zachte klanken net als die in stof en dust geven het woord een lichtheid mee die het voorstelbaar maakt dat het zweeft. Overigens klinkt dat zachte Sjtub net iets zwaarder en donkerder dan stof en dust. Dat hoeft niet te verbazen aangezien de stof hier niet uit fijne aarde of zand bestaat, niet uit dode huidcellen en levende mijten die door huizen dwarrelen, maar uit kool, koolstof, kolenstof. En die sjtub is nu eenmaal zwaarder, donkerder en zwarter.
(laat met opzet wat extra kolenstof door de vingers lopen.)
Sjtub betekent dus -u zult dat inmiddels wel al begrepen hebben- stof. Dust in het engels. Staub in het duits. Het Nederlandse woordenboek zegt: “een massa van zeer kleine, droge deeltjes, gewoonlijk van verschillende oorsprong, die gemakkelijk door de luchtstroom worden meegevoerd”.
Sjtub betekent in het dialect van de mijnstreek -en daarin is het woord uniek, ik kom dat in geen enkele andere taal tegen- niet alleen stof maar meteen ook de ziekte die door het stof, door het kolenstof veroorzaakt wordt. Sjtub betekent stof maar ook stoflong, stoflongen. Staublunge in het Duits, black lung in het Engels.
In de mijnstreek gingen mensen dood an dr sjtub.
In die dubbele betekenis, de combinatie van stof en stoflong, schuilt het geheim en de kracht van het woord Sjtub. De sociale geschienis van de streek ligt in die dubbele betekenis, die combinatie, die semantische economie samengebald.
Dat de stoflong een bedrijfsziekte is, werd lang ontkend. De erkenning ervan moest worden bevochten. Maar wat artsen en autoriteiten niet waar wilden laten zijn, wist de volksmond, wist het dialect al lang.
In de mijnstreek gingen mensen dood aan dur Sjtub.
Een van de vectoren van de ontwikkeling van de mijntechnologie is het vergroten van de veiligheid. De preventie van de stoflong wordt daar mettertijd onderdeel van. Tegen de tijd dat de mijnen hier gesloten worden is het zover. De mijnwerker kan tegenwoordig worden beschermd tegen de stof die op de luchtstroom van zijn eigen adem zijn longen binnendreef en die longen langzaam maar zeker liet verstenen.
In de mijnstreek gingen mensen dood aan dur Sjtub.
De mijn doodt. Met steenslag, met mijngas, met grondwater. De mijn verplettert, wiegt dodelijk in slaap, explodeert en rijt uiteen, verdrinkt en sluit op, begraaft, diep onder de grond. Maar dur sjtub heeft het meest op zijn geweten. Aan stoflongen zijn duizenden en duizenden gestorven, een verschrikkelijke, rochelende, beschamende, piepende verstikkingsdood.
De prijs van de kolen wordt in adem betaald.
Coaldust takes your breath
away, slowly but surely,
till nothing is left
but death.
(strijkt de kolenstof die over is door zijn haar)
Coalminers all over the world
take up the brass
the wood
join the band
dedicating their selves
to the creation
of a loud and brash
a different
kind of beauty
every breath of brass
and wood
is a little death (in 1 adem helemaal uitgeblazen)
(haalt diep adem)
Is it wrong
to see and hear
in that brash band
playing breathing
an industrial music
a secular ritual ?
they are i think
those brassbreathing coalminers
warding against
death
from the future
asphyxiation
that is their certain black lung fate
The certainty of failure
a very english kind of humour
about the terrible death to come
gives this music
of brass and wood and breath
its key:
a voluptuous
slightly vulgar
often sentimental
always elegiac
breathtakingly beautifull
celebration of life
that holds our death
breath in
breath out
forever in suspension
forever in contempt
Het is geen toeval dat het bezoek van een mijnwerkersband aan een mijnwerkersstreek zestig jaar geleden het wereld muziek concours verwekte. De doodsverachting waarmee mijnwerkers blaasmuziek maken is onovertroffen. Dat maakt ontvankelijk en vruchtbaar. It wets the appetite, zeggen de engelsen prachtig. Dat de mijnwerkersband zelf ook uit het engeland kwam dat ons net, nog maar een paar jaar tevoren, bevrijd had, zal de muzikale sexappeal alleen nog maar verhoogd hebben. (tilt zijn zwarte hand twintig centimeter op)
De stad Kerkrade en de oostelijke mijnstreek zijn allebei vrouwelijk, het zijn vrouwen.
Wij lenen het woord Sjtub voor een paar jaar. Zes om precies te zijn, van 2009 tot 2015. We lenen het woord om het als titel te gebruiken. We gaan het als titel gebruiken voor een publiek kunstproject. Sjtub is een publiek kunstproject voor de oostelijke mijnstreek. Het zal uit een reeks manifestaties bestaan waarin steeds een muzikaal met een beeldend spoor verknoopt worden. Dit hier vanavond is de eerste manifestatie. U bent getuige van een begin, vroedvrouw bij een geboorte.
The word Sjtub means in the dialect of this coalmining district both (coal)dust and black lung. We will borrow the word Sjtub in the coming years and use it as the title of a public art project for our community. You are present here tonite at its first manifestation, the first manifestation of the spirit of Sjtub.
Sjtub lenen schept een verplichting.
“Gij zijt stof,” zegt Genesis, zegt de bijbel, grimmig, ten overvloede vooruitwijzend naar onze sterfelijkheid, “tot stof zult gij wederkeren”.
Met kenmerkende religieuze arrogantie wordt door de tekst de suggestie gewekt dat dat voor alle mensen zou gelden, dat ze van stof gemaakt zijn.
Voor ons, voor de mensen in deze streek geldt dat niet. Wij zijn niet van stof.
Wij zijn van Sjtub.
Thou art dust! we are Sjtub!
Ik erken
Dat mijn stad mijn gemeenschap en mijn cultuur door het werk van drie generaties mijnwerkers tot stand zijn gebracht.
Dat de mijnwerkers bijna allemaal van elders kwamen, uit noord-limburg en brabant en van boven de rivieren, uit duitsland en belgie, uit polen, tjechie, spanje, italie, slovenie en macedonie bijvoorbeeld, uit turkije en marokko.
Dat wij bijna allemaal van immigranten afstammen.
Dat het werk van de mijnwerkers zwaar en gevaarlijk was en ongezond en dat velen van hen de verstikkingsdood door stoflongen stierven.
Dat het wegvagen van de elf mijnzetels en van alle mijngebouwen een onvergeeflijk onachtzame vergissing was.
Dat de mijnwerkers verdienen dat wij ze niet vergeten en hen een waardige plaats in onze identiteit geven.
Dat wij het de mijnwerkers schuldig zijn zorgvuldig om te gaan met hun nalatenschap.
Dat wij het de mijnwerkers schuldig zijn de stad, gemeenschap en cultuur van de Oostelijke Mijnstreek een toekomst te geven.
Ik zeg toe dat ik mij persoonlijk zal inzetten voor de renaissance van Parkstad Oostelijke Mijnstreek.
Frans Geraedts
Zullen we het over de muziek hebben?
Het thema van vanavond, het thema van deze aflevering van de cultuurbrouwerij was “popmuziek in parkstad”. Maar het onderwerp van gesprek was de infrastructuur, die ten behoeve van de popmuziek de afgelopen twintig jaar in parkstad is opgebouwd.
Die infrastructuur is biezonder goed. Een bijna gesloten keten van popcollectieven, repetitieruimtes en poppodia in de verschillende maten (small, medium, large en extra large) staan ter beschikking. En voor wie zijn weg daarin niet vind, of zijn vleugels buiten parkstad uit wil slaan, staat er begeleiding klaar, vrijwillig en professioneel.
Zullen we het over de muziek hebben?
Als er vierentwintig bandjes repeteren bij het collectief maar muzikaal stelt geen ervan wat voor, schiet dat niet op. Als er twintig van de vierentwintig heavy metal uit de jaren zeventig imiteren, schiet dat niet op. Als popmuziek maken in een van de vierentwintig bandjes een hobby is voor als je zestien bent tot zesentwintig en dan houdt je er mee op, dan schiet dat niet op.
Een aantal sprekers vanavond hebben er op gewezen dat een aantal doorbraken in de popmuziek tot stand kwamen in situaties waar infrastructuur ontbrak. Moeten we de keten van collectieven, repetitieruimtes, podia en begeleiders dan maar weer afbreken? Omdat alleen de artiest die lijdt en ontbeert kunst schept die de moeite waard is? Dat is gelukkig een romantisch misverstand. Parkstad is vanuit een diepe traditie de meest muzikale regio van Nederland. De infrastructuur past. Maar wat overblijft is het inzicht dat kunst uitdaging behoeft, uitdaging is.
Ik verlang naar een parkstadsound.
Ik verlang naar een sound die dwars door de popmuziekgenres, van metal tot singer/songwriter tot hiphop herkenbaar is. Dat je al na een paar maten zegt: dat komt uit parkstad. Herkenbaar voor luisteraars en muzikanten over de hele wereld.
Ik verlang naar een parkstadsound die ons levensgevoel verklankt.
De integratie van de blaasmuziek is essentieel. Hiphop met blaasmuziek is echt anders, een melodieuze popsong met blaasmuziek is echt anders, metal met blaasmuziek is echt anders.
Het gaat niet alleen om de klank van de blazersectie. Minstens zo belangrijk is dat zij een nieuw ritme toevoegen. De drummer en de beat stuwen het ritme van het hart en het bloed, voeren de hartslag op. De blazer voegt daar het ritme van de adem aan toe. Langzamer, van atemwende naar atemwende, iedere maat een kleine dood.
Ik verlang naar een parkstadsound.
Een sound die snapt dat wij in parkstad zwarte muziek maken. Wij zijn van kolenstof gemaakt.
Een sound die zich tot die andere zwarte muziek hoorbaar verhoudt. Wij kennen genoeg mislukking voor de blues, genoeg onvervuld verlangen voor de soul, genoeg opstandigheid voor de jazz, genoeg uitzichtloosheid voor de hiphop.
De beste popmusici van parkstad zijn veertig of ouder.
Kunnen we het woord underground met zijn vervelende snobisme meteen kwijt? Dat past niet bij ons. Dat woord heeft afgemeten aan de diepgang van onze hoogsteigen ondergrondse geschiedenis hier in de oostelijke mijnstreek iets belachelijks.
Ik verlang naar een parkstadsound die ook op de tribunes van roda en in de zalen van het carnaval te horen is en zich daar niet voor schaamt maar daar integendeel trots op is.
Ik verlang naar een parkstadsound en ik vind dat wij met minder geen genoegen mogen nemen.
Frans Geraedts
Parkstad, Maart 2012
Ik wil er mee beginnen drie beelden met elkaar te verbinden. De sloop van tLoon zoals die zo prachtig door luc lodder tijdversneld in beeld is gebracht. De sloop van de twaalf mijnzetels die in fragmenten door de gezamenlijke herinnering spookt. De sloop van huizen, flats, kantoren, winkels en wijken die op ons afkomt, onafwendbaar, hier in parkstad/oostelijkemijnstreek.
Houdt dat drieluik voor ogen bij het lezen van deze tekst; tLoon in het midden, de mijnzetelkaalslag links, de komende sloop rechts. Denk niet dat het drieluik de tekst illustreert. De krachtsverhouding ligt andersom. De tekst is een onvolledige beschrijving, een bescheiden bijschrift, een voorzichtige eerste interpretatie van de rijkdom aan betekenissen die het bij elkaar brengen van die drie slooppartijen in het spel brengt.
Is het u ook opgevallen dat de sloop van (een deel van) tLoon vrolijkheid teweegbrengt? Dat er een ondertoon van plezier doorklinkt in de manier waarop de mensen in de streek op de sloop reageren? Dat plezier steekt in de film van Luc Lodders en de muziek, het steekt in de presentatie van Michel duw-eens-door Huismans over Heerlen voor en Heerlen na, het steekt in de sfeer hier vanavond in de Cultuurbrouwerij, een sfeer die bijna uitgelaten is.
Schrik niet van uw eigen vrolijkheid. Ik vestig er niet de aandacht op om u te beschamen. Daar is geen reden toe. Deze vrolijkheid is geen leedvermaak. Ze gaat integendeel hand in hand met een oprecht medeleven en een concrete solidariteit met de bewoners en de ondernemers die door de instorting en de sloop getroffen zijn. Het gemeentebestuur van Heerlen heeft die zorg voor de getroffenen namens ons burgers op een voorbeeldige wijze ingevuld. Particuliere initiatieven zoals de benefietavond vullen die overheidsinspanning voortreffelijk aan. Nee, volgens mij is deze collectieve vrolijkheid te vertrouwen, het is een aanstekelijke energie die ons vertelt dat we de goede kant opgaan en die ons aanmoedigt.
tLoon is een scharnier. Niet alleen in ons verbeelde drieluik, maar ook in de geschiedenis van Heerlen, van parkstad/oostelijke mijnstreek. Als eerste amerikaanse mall op Nederlandse bodem, een hypermodern winkelcentrum voor de autorijdende winkelklant werd het ontworpen en ontwikkeld voor de meest welvarende stad van het land. Als gebouwde werkelijkheid opende het de vijf decennia van maatschappelijke teloorgang die op de mijnsluitingen zijn gevolgd en de twee drie decennia van urban blight die Heerlen en parkstad/oostelijke mijnstreek in de lelijkste stad van Nederland hebben veranderd.
Michel Huismans liet het net prachtig zien, met vaste hand en een scherp oog en een dwingende stem, foto na foto, kaart na kaart. Heerlen is na de mijnsluiting ten prooi gevallen aan een woekerende nieuwbouwlelijkheid die uiteindelijk het hele centrum is gaan domineren. Natuurlijk, heel Nederland heeft er in de jaren zestig zeventig last van gehad, van een tot routine en vervolgens tot truttigheid verworden modernisme, maar nergens is de lelijkheidsdichtheid zo hoog als hier in Heerlen, parkstad/oostelijkemijnstreek.
Zou het kunnen dat lelijkheid van buiten samenhangt met lelijkheid van binnen?
Zou het kunnen dat de inspiratieloze middelmaat en de onverschillige lelijkheid van de nieuwbouw een effect waren van de depressiviteit en de passieve agressie die zich na de mijnsluiting meester hadden gemaakt van de persoonlijkheden van de oostelijke mijnstreek? Zou het kunnen dat de lelijke nieuwbouw vervolgens de depressie heeft verlengd en de passieve agressie heeft verhevigd?
Ik geloof dat de vrolijkheid waarmee wij de sloop van tLoon begroeten een omslag markeert, van binnen en van buiten.
Wij verheugen ons. Wij verheugen ons erop de komende tien jaar de verzamelde lelijkheid van parkstad te slopen. De krimp zij dank!
Onze vrolijkheid moedigt ons aan om de sloophamer ruimhartig te hanteren. Hoe meer lelijke huizen, gebouwen en wijken we tegen de grond slaan, des te beter.
Het beste zou zijn als we af en toe een flatgebouw feestelijk opblazen.
Dat voelt gewoon fantastisch.
Sloop als therapie.
Twee laatste gedachtes.
tLoon is niet het enige winkelcentrum in parkstad dat is ingestort. Er zijn er veel meer. Elders zijn het de economische fundamenten die zijn bezweken. Verdienen de winkeliers in die centra niet ook onze solidariteit? De bouw van het maankwartier maakt het mogelijk een lange termijn oplossing op parkstadschaal voor de hele winkelsector te ontwerpen. Een collectief verhuisplan met financiele steun zou zeker helpen, bijvoorbeeld.
Op de plaats van het gesloopte gedeelte van tLoon moet een stads- en kunstpark komen. Veel van de sprekers hier vanavond tijdens de Cultuurbrouwerij hebben daarop aangedrongen. Zou het niet mooi zijn als de eigenaar, de grootste ontwikkelaar van Nederland, dat park mogelijk zou maken door de grond aan de Gemeente Heerlen cadeau te doen?
Frans Geraedts
De Parade is een heimweemachine.
De Parade is een machine die op heimwee loopt, die heimwee produceert, die heimwee uitdooft.
Dames en Heren
Geachte Gasten bij de opening van de Parade,
Ik bouw hier vanavond een podium en een decor voor vier van de grootste blaasmuzikanten van Nederland. Ik bouw dat podium en dat decor niet van stenen en planken en spijkers, maar woord voor woord, zin om zin, alinea na alinea. Ik bouw het podium voor u en het decor voor hen. Ik bouw een podium van woorden voor u opdat u de muzikanten beter kunt zien en opdat u beter kunt horen wat zij spelen. Ik bouw een gedachtendecor voor de muzikanten om voor hen de ervaring van het spelen te intensiveren.
Het stuk dat de vier muzikanten voor u zullen spelen is geschreven door componist Hardy Mertens. Hardy Mertens is een van de grote componisten van blaasmuziek in de wereld. Hardy Mertens is van hier. Hij is geboren in en woont in en werkt vanuit de oostelijke mijnstreek.
Het stuk dat de vier voor u zullen spelen duurt precies vier minuten. Het is een op zichzelf staande compositie, die tegelijk deel uitmaakt van een groter geheel, een grotere compositie. Die grote compositie heet Sjtub en zal tijdens het komende WMC in premiere gaan. Het vier minuten stuk dat de vier blaasmusici, zo dadelijk, als ik er het zwijgen toe doe, voor u zullen spelen heeft als titel Het Vaderlament, Vaders klaagzang.
Dat ik hier vanavond tot u spreek, dat de vier muzikanten hier vanavond voor u spelen is onderdeel van een manifestatie. Een manifestatie die behalve dit openende optreden ook een videoinstallatie omvat die gedurende de hele parade in een van de twee tenten op het feestterrein te zien zal zijn. De titel van manifestatie en videoinstallatie luiden gelijk: De Kaalslag.
De manifestatie De Kaalslag tijdens De Parade 2012 is er een uit een reeks manifestaties die samen het publieke kunstproject Sjtub vormen. Het publieke kunstproject Sjtub daagt u uit, in al zijn manifestaties, aan het mijnverleden, het mijnwerk van vaders en grootvaders, een waardige plaats te geven, in uw innerlijk, in uw identiteit. Het publieke kunstproject Sjtub mobiliseert de burgers van de streek richting de herdenking van vijftig jaar mijnsluiting in 2015.
De vier muzikanten die dadelijk het Vaderlament gaan spelen zijn broers. Zij spelen in de symphonische toporkesten van de randstad. Ze zijn van hier. Om preciezer te zijn, ze hebben alle vier leren spelen bij de harmonie van treebeek. De harmonie die door hun vader werd geleid en gedragen. Hun vader werkte op de mijn. Hun vader is aan dat werk gestorven.
En, Oh ja, de familie steinman was protestant.
Vanavond spelen voor u -en voor hun vader- de vier broers Steinman het Vaderlament.
Fluisterend, met de rug naar het publiek: De Parade, Het WereldMuziekConcours, Sjtub, De Kaalslag, Het Vaderlament.
Gelukkig, dames en heren is mijn taak hier vanavond eenvoudig. Ik hoef geen grote inspanningen te verrichten. Het woord en denkmateriaal om mijn werk te doen ligt voor het grijpen, het ligt onder handbereik voor het oprapen. Er bestaat immers al een podium, er bestaat immers al een decor, dat gecreerd is door anderen, een werk van decennia. Ik hoef dat alleen maar te beschrijven, in woorden te vatten. En nee, ik bedoel niet het fysieke podium waar ik op sta, het fysieke decor waar ik in sta. Ik doel erop dat dat de broers steinman het vaderlament uitvoeren, hier vanavond, als onderdeel van een heel specifiek evenement. Ze spelen Het Vaderlament, Vaders Klaagzang in het kader van de Parade. Op het podium, in het decor, dat de Parade heet. Dat wereldfestival van de folklore dat zich in Brunssum, in een van de kernen van de oostelijke mijnstad, herhaalt en herhaalt en herhaalt; tientallen jaren al. Het enige wat ik hoef te doen met andere woorden is hier en nu in woord en gedachte duidelijk te maken wat het betekent op de Parade te spelen, wat de Parade betekent. Dat moet ik aan u uitleggen. En dat kan iedere gek, met een fluitje van een cent, hier, nu, tegenover u. Want u kent allemaal de Parade. U weet er alles van. U weet wat geweest is, u weet wat er gaat komen. U heeft het allemaal al gezien.
Ik verontschuldig me daarom bij voorbaat. Ik ga u geduld op de proef stellen. Ik ga in herhaling vallen. Ik ga beschrijven wat u met uw eigen ogen ziet. Ik ga uitleggen wat u al weet. Ik ga een geheim onthullen dat u al kent. Het geheim van De Parade.
(Fluisterend, met de rug naar het publiek: het geheim van de Parade onthullen om daarna Vaders Klaagzang beter te kunnen horen)
Even nog, voor ik aan de uitleg over de Parade begin, een uitleg die ons via de folklore, de overgang naar de moderniteit, heimwee, immigratie, de straten van Brunssum, de ongeschiktheid van de mens en Mexico uiteindelijk terug brengt, thuis brengt, daar waar het allemaal begon, naar Treebeek, of all places, voordat ik aan die kortste route naar het geheim van de Parade begin, even nog, wil ik erop wijzen dat wat wij hier vanavond openen niet zomaar een parade is, een uit de velen. Dit is een heel bijzondere De Parade, digging and dancing, het is De Parade die terugkijkt, de Parade die terugkijkt naar zijn eigen wortels, die naar beneden kijkt naar de ondergrondse wortels van de hele streek. Het is de enige Parade uit de geschiedenis die niet 1een maar twee optochten kent, de enige parade met twee parades, de parade en het mijnwerkersdefilee. Digging and dancing. Dit is de parade die een schuld inlost. De parade die erkent dat ze zonder het mijnwerk en de mijnwerkers niet zou bestaan. Dit is De parade die hun uitdaging aanvaardt, de uitdaging van hun erfenis iets te maken, iets moois, iets inspirerends, iets dat ons uittilt boven het alledaagse zonder het contact daarmee te verliezen. Als het goed is, is de parade vanaf nu nooit meer dezelfde. De manifestatie De Kaalslag en het uitvoeren van Het Vaderlament en deze toespraak met zijn onthullingen horen daarbij. Ze horen bij het inlossen, het erkennen, het aanvaarden van de uitdaging. Ze diggen graven, erkennen, waarderen, do you dig? Digging and dancing.
(fluisterend met de rug naar het publiek: Digging, dancing! Digging dancing, digging dancing)
Folklore bewaart. Folklore bewaart voormoderne gebruiken en rituelen. Folklore bewaart de voormoderne gebruiken en rituelen van de gewone mensen, van het volk. Folklore, Fook-Lor.
Folklore bewaart en reanimeert.
Van al die voormoderne gebruiken en rituelen blijkt de dans het levendigst. Middels de dans laat zich die volkse levenswijze van vroeger immers letterlijk belichamen. Wij lenen onze lijven aan een verleden dat wij niet achter willen laten, dat ons niet los wil laten. In de folkloredans neemt de geest van het verleden bezit van toekomstige lichamen.
Folklore is een romantische onderneming. Het is geboren uit een verzet tegen de restloze vernietiging van de traditionele levenswijzes door de modernisering. Er schuilt een ethnografische en anthropologische belangstelling in de folklore die (alle) menselijke levenswijzes wil archiveren. Er is een oprechte wens in aan het werk van mensen zelf om te bewaren wat eigen was, vanwege de grote emotionele investeringen. Er woelt een onderzoekende nieuwsgierigheid in de folklore die de mogelijkheid openhoudt dat sommigen van de voormoderne praktijken juist onder moderne omstandigheden een hoge geluksopbrengst kennen. (“Volksdansen doe je met plezier”.) Tenslotte is er in de folklore de morele verplichting actief vorige generaties te eren en te herdenken.
Folklore zou je kunnen zeggen is een overgangsfenomeen. Meer in het bijzonder is het een fenomeen van de overgang van voormoderne agrarische naar moderne stedelijke samenlevingen. Folklore laat zich duiden als een copingstactiek, als een van de manieren om met de pijn en moeite van die overgang om te gaan. Daarenboven laat folklore zich interpreteren als een democratische erfstrategie, ten aanzien van een ondergaande cultuur: niet alleen wat waardevol is aan de paleizen en de kunst van de rijken en machtigen moet worden bewaard, maar ook wat van waarde is aan de dagelijkse manier van leven van de gewone man en vrouw.
Helaas blijkt folklore kwetsbaar, voor een hele reeks cultuurziektes vatbaar. Sentiment en dus kitsch liggen voortdurend op de loer. Het idealiseren, tot idylle verklaren van het voormoderne verleden ligt daaraan meestal ten grondslag. Het is gemakkelijk, zo blijkt, folklore te instrumentaliseren voor een politieke constructie van gemeenschap en identiteit. Meestal gaat het dan om de constructie van een nationale gemeenschap en een nationale identiteit – en dat is niet zonder gevaar. Folklore en agressief nationalisme dansen vaak hand in hand. De kwalijkste uitwassen doen zich voor als de folklore niet meer dient om binnen de moderniteit voormoderne tradities te bewaren, maar gemobiliseerd wordt om de moderniteit als zodanig te bestrijden en ongedaan te maken. Folklore kan dan onderdeel worden van reactionaire of zelfs totalitaire politieke constructies.
Fluisterend, met de rug naar het publiek: Folklore, de voormoderne cultuur van gewone mensen bewaren, reanimeren, in dienst stellen van het geluk. Op haar best een innoverende kunstvorm, op haar slechtst kitsch in dienst van de reactie. In de regel is folklore een overgangsfenomeen van voorbijgaande aard dat helpt de pijn en moeite van modernisering te verdragen. De krachtigste folklore is de dans. Daarin krijgt de traditie body.
De Parade is uit heimwee geboren. De Parade is uit de heimwee van immigranten geboren. De Parade is uit de heimwee geboren van immigranten die naar het zuidoosten van Nederlands limburg kwamen, omdat daar werk was, omdat daar werk over was, omdat waar werk in overvloed was, onder de grond, diep onder de grond, in de steen en de kool. De Parade is geboren uit de heimwee van de mijnwerkers en hun gezinnen. De Parade is geboren uit de heimwee van mijnwerkers en hun gezinnen naar hun land van herkomst, naar al die verschillende landen van herkomst.
Ze zijn te voet gekomen, de aankomende mijnwerkers, die ene grens over, uit Belgie en Duitsland. Maar ook van verder weg, zoals u weet, uit Polen en Galicie, uit Bohemen en Slowakije, uit Hongarije, uit Macedonie, uit Kroatie en Bosnie en Servie, uit Griekenland en uit Italie en uit Spanje zijn ze aan komen lopen en helemaal op het einde, toen de sluiting van de mijnen al aanstaande was maar nog niet bekend gemaakt, ook nog helemaal uit Turkije en Marokko. En natuurlijk, ze kwamen ook uit de rest van Nederland, op de fiets, of met de trein, uit noordlimburg, uit brabant, uit amsterdam, uit groningen en friesland. Toen de stroom immigranten die naar hier kwam om werk te vinden in de mijnen, stilviel, uiteindelijk, waren een handvol dorpjes veranderd in een enkele grote stad van meer dan 200.000 mensen.
Immigrantengemeenschappen vallen dikwijls terug op folklore uit hun land van herkomst om het heimwee te bestrijden en gemeenschapsgevoel tot stand te brengen. Boheemse volksdansavonden in Heerlerheide, Macedonische in Hoensbroek, Poolse in Brunssum, om maar wat te noemen. Soms brengen de immigranten de dans en de gebruiken en rituelen nog rechtstreeks mee uit een traditionele levenswijze. Dan wordt pas in het land van aankomst, dan wordt pas hier, in de oostelijke mijnstreek de zoeven nog levende traditie als folklore herboren. Maar in de meeste gevallen komen de immigranten uit overgangssamenlevingen, samenlevingen die aan de modernisering begonnen zijn, samenlevingen waar de traditionele levenswijze al aan veranderingen onderhevig is. In al die gevallen importeren de immigranten de folklore kant en klaar, in de vormen waarin die in hun land van herkomst al bestond, meestal met een krachtig nationalisme verbonden, soms compleet met bladmuziek, uniform en lerares.
Folklore is een heimweemachine. Folklore loopt op heimwee, folklore brengt heimwee voort en folklore dooft heimwee uit.
Nationale folklore bewerkt de heimwee naar een verloren tijd. Een verloren tijd die de oorsprong en eenheid van volk en natie herbergt en garandeert. De folklore van immigranten voegt aan de heimwee naar een verloren tijd de heimwee naar een verloren plaats toe. Scherper geformuleerd: immigranten folklore gebruikt het bewerkte heimwee naar een verloren tijd om aan het heimwee naar een verloren plaats te werken.
Als het volksdansen in de immigrantengemeenschap een keer wortel heeft geschoten, ligt het voor de hand om professionele folklore groepen uit het land van herkomst uit te nodigen op bezoek te komen, als bron van inspiratie en trots, als symbool van blijvende verbondenheid, als embleem van onderscheid en identiteit.
(Fluisterend, met de rug naar het publiek: dan zijn we er bijna, bij de geboorte van de parade: verschillende immigrantengemeenschappen die ieder voor zich folkloregroepen uit hun exvaderland uitnodigen, in vriendelijke concurentie; maar, geloof me, het wezenlijke ingredient mist. We zijn dicht bij het onstaan van de parade maar het geheim ontbreekt nog.)
dames en heren,
Het geheim van de parade is niet het festival. Is niet de verscheidenheid van folklore dans die u de komende dagen kunt zien. Het geheim van de parade was en is de parade. De optocht van de folkloregroepen door de publieke ruimte van een van de kernen van de mijnstad, van de mijnwerkersstad, van de immigrantenstad, de stad die werkenderwijs ontstaan is rond elf mijnzetels, de stad die naamloos gebleven is, tot op de dag vandaag. Het geheim van de parade is de parade.
De vader van de parade (of moeder, of vaders, of moeders, wie weet) had een lumineus idee, een idee dat licht geeft, dat richting geeft, vooruitwijst. Want het is de optocht die het verschil maakt, gezamenlijk, met zijn allen, met alle folkloregroepen, in de publieke ruimte, met een publiek van burgers langs de kant, dat kijkt en ziet en draagt en begrijpt en affirmeert en applaudiseert. De publieke gezamenlijke optocht tilt de folklore uit de kitsch, uit het sentiment, uit de idylische leugen, uit het agressieve nationalisme, uit de reactionaire nostalgie.
Laat me dat uitleggen. Laat me aan u uitleggen hoe de parade van De Parade zijn werk doet. Laat me aan uw uitleggen hoe de parade van De Parade bewerkstelligt wat hij bewerkstelligt.
Wat gebeurt er als de verschillende immigrantengroepen die met elkaar een naamloze mijnwerkersstad delen de eigen volksdansgroepen, amateurs van hier, professionals van daar, de straat op sturen? In een gezamenlijke optocht? Met diezelfde immigrantengroepen samen langs de kant van de straten? Om hun kinderen en kleinkinderen en broers en zussen en neven en nichten en hun gasten uit het verre voormalige vaderland aan te moedigen, te bekijken, van applaus te voorzien? Wat gebeurt er dan?
Men ziet .. elkaar. De polen zien niet alleen de poolse groep, de polen zien ook de tjechen, en de spanjaarden en de friezen.
Ja, natuurlijk, ik weet het, het is een feest van de verscheidenheid. De boheemse dirndls zijn net weer anders dan de rokjes uit macedonie. En de pasjes van de vlaamse rijendans verschillen echt van de griekse zirtaki. En ja, echt, klopt, melodie en ritme verraden aan wie goed luistert dat muziek van elders radikaal andere wortels heeft. Maar, doe me een lol, stelt u het zich eens voor, keer met me terug naar toen, verplaats u in gedachten naar de stoepen van het Brunssum van toen, zwarter maar ook levendiger dan nu, en kijk: wat toch vooral opvalt is dat het allemaal op elkaar lijkt, dat het allemaal varianten van hetzelfde zijn.
De mensen die langs de kant van de weg stonden in die stichtende eerste parades herkenden zichzelf in de ander die voorbijkwam. Ze herkenden het heimwee dat daar langs kwam, bij al de groepen. Ze herkenden de hulpeloosheid van de poging om die thuispijn al dansend te verdoven. Ze herkenden het verlangen naar verbinding met het land van herkomst, bij al de groepen. Ze herkenden de hulpeloosheid van de poging om die verbinding al dansend in stand te houden. De gevoeligen herkenden -ik ben er zeker van- iets van de wreedheid die er in schuilt dat juist in de lijven van de kinderen het ritme van een een verloren plaats en een verloren tijd geslepen wordt.
De mensen op de schoongepoetste zwartgerande stoepen van het Brunssum van toen herkenden in elkaar de immigrant.
De parade verkeerde de immigrantenfolkloregroepen van de oostelijke mijnstreek in hun tegendeel. Van oorsprong in het leven geroepen om een specifieke immigrantengemeenschap te helpen stichten, “polen in brunssum”, demonstreert de optocht, demonstreert het na elkaar en samen van de groepen in de optocht, de gedeelde, de gezamenlijke existentiele situatie. “wij zijn niet alleen allemaal mijnwerkersfamilies, wij zijn ook allemaal immigranten families, met vergelijkbare pijnen en moeites”. In die mythische, eerste, vroege parades, zo lang geleden en toch zo dicht bij, herkennen de immigranten elkaar als immigrant en erkennen ze elkaar als existentiele gelijken. In die eerste mythische vroege parades beginnen de mijnwerkersfamilies elkaar op basis van die existentiele gelijkheid als gelijkwaardige burgers te zien, burgers van de mijnenstad, de mijnwerkersstad, de immigrantenstad, de naamloos gebleven stad waar ze met zijn allen naar toe zijn komen lopen.
Het geheim van De Parade is de parade.
Het geheim van de parade van de Parade is dat het publiek onder al de folkloreverscheidenheid een overeenkomst begint te zien. Het geheim van de parade van de Parade is dat het aan het publiek via en onder de folkloristische verscheidenheid de existentiele gelijkheid toont die ons mensen verbindt. Het geheim van de parade van de Parade zit niet in de verschillen maar in die ene grote overeenkomst.
Voor de mijnwerkersfamilies op de zwartgerande stoepen toonde de overeenkomst zich als het dansende heimwee dat alle immigranten delen en dat pas generaties later uitdooft.
Wat zult u zondag zien?
Hopelijk ziet u in die internationale optocht, die verzameling nationale en regionale folklores die voorbij trekken eerst even de schaduw het spook van die vroege eerdere parades waarin uw ouders elkaar als immigranten, gelijken en burgers herkenden. Opdat we niet vergeten dat we hier in de naamloze mijnstad allemaal immigranten zijn.
Maar er is meer te zien. U kunt als u wilt dieper en verder kijken dan die zwartgerande mijnwerkersfamilies konden. Dat is het voordeel als je op de schouders van reuzen staat. Wat aan u voorbijtrekt zondag demonstreert voor wie het maar zien wil hoe moeilijk het is voor alle volkeren om traditionele samenlevingen te moderniseren. Van die pijn en moeite, van dat verlies, leggen al de groepen getuigenis af. Wat u ziet is folklore, de dappere poging elementen van de traditionele levenswijze die onherroepelijk verloren gaat, nieuw leven in te blazen en te bewaren. Wat u ziet is heimwee naar een verloren tijd. Wat u ziet is een copingstrategie, een erfstrategie.
Kunt u naar de maxicaanse groep kijken zonder emphatie, zonder medepijn, zonder schaamte? Ik niet. Ik zal de schamele rest zien van een unieke cultuur. De inheemse cultuur van het amerikaanse continent, wezenlijk verschillend van de eurasische, want door oceanen gescheiden. Een cultuur die wij bijna helemaal vernietigd hebben door oorlog en genocide en slavernij en alcohol en ziekte. Maar ik zal ook de inspanningen zien van de nakomelingen van de inheemse bevolking om de schamele rest te bezielen en te belichamen. Ik zal de rol zien die dat in hun identiteit speelt en in de inspanning een waardige plaats in de samenleving te verwerven.
Wie goed kijkt ziet net als de zwartgerande mijnwerkersfamilies vroeger onder al de verscheidenheid een overeenkomst. Wie goed kijkt ziet de pijn en moeite die het alle samenlevingen kost te moderniseren. Wie goed kijkt ziet onder de pasjes en de lachjes de pijn het lijden en het verlies.
Misschien kunnen we zelfs nog wel 1een enkel stapje verder denken.
Zou het kunnen dat de parade van de Parade de folklore vrijspeelt? Overhevelt van een reactionair en agressief register naar een democratisch en empathish? Zou het kunnen dat die vrijgespeelde folklore ons confronteert met de fundamentele ungleichzeitigkeit van de mens? Zou het kunnen dat de mens altijd, voor altijd net te laat zal bliven komen. Zou het kunnen dat wij wij altijd, voor altijd net achter de feiten zullen blijven aanlopen. Zou het kunnen dat de folklore er ons mee confronteert dat wij de culturele tijd nooit helemaal zullen inhalen? Ons daarmee confronteert en in een dezelfde beweging ons daarover ook troost?
Misschien is het geheim van de parade van de Parade wel dat hij ons voorhoudt dat we allemaal immigranten zijn, waar we ook vandaan komen, dat we allemaal met vallen en opstaan de vooruitgang zullen moeten proberen bij te benen, hoe modern we ook zijn, dat we allemaal uit de pas lopen met de tijd, vanaf het moment dat we geboren zijn tot aan de dood.
Misschien is het geheim van De Parade wel dat zij ons mildheid leert en een zorg voor elkaar die gebaseerd is op het besef van onze gezamenlijke, gedeelde, duurzame achterlijkheid.
En natuurlijk hadden we al deze omwegen ook achter wege kunnen laten en ons direct naar Treebeek kunnen begeven. Het Treebeek waar ze net als u het geheim van de parade van de Parade al lang kennen. Het Treebeek van de elf verschillende kerken, het Treebeek waar iedere immigrantengroep vertegenwoordigd was, het Treebeek waar wel niet het centrum maar dan toch het zwaartepunt van de naamloze mijnstad ligt, het Treebeek waar de vader van de broers Steinman een protestantse harmonie bestierde, die hoge ogen gooide op het Wereld Muziek Concours, het Treebeek waar de broers Steinman muziek hebben leren maken met hun adem, adem in, blaas uit, iedere atemwende een kleine dood.
Het geheim van de parade van de Parade heet Treebeek.
Wij herkennen in elkaar de pijn, the failure, onze ongeschiktheid.
De geniale move van de vader van de parade, vavaders en moeders van de parade was het dat ze de verschillende folklores, de folklores van de verschillende immigrantengemeenschappen, in een festival, maar nog belangrijker in een optocht door de stad bij elkaar bracht en met elkaar combineerde.
Het geheim van de parade is het geheim van de oostelijke mijnstad, de mijnwerkerstad, de immigranten stad, de stad zonder naam.
The sillyness of our nationalisms.
Als u naar de optocht kijkt zondag dan trekt de pijn en moeite van de overgang naar de moderniteit aan u voorbij; een overgang die zich ongelijktijdig afspeelt wereldwijd; een overgang die traditionele levenswijzes vernietigt; een overgang die die zich bijna overal in de vorm van een heftig nationalisme voltrekt; een overgang die heimwee produceert en niet zelden reactionaire bewegingen, die met geweld terug willen in de tijd; een overgang die de vraag oproept wat van de traditionele levenswijze de
Is er reden tot optimisme?
In Kafka’s vertelling Vor dem Gesetz blijft de boer die op zoek is naar gerechtigheid, steken voor de poort van de stad. De bewaker laat hem niet binnen – de boer laat zich afwijzen – ook al is de poort enkel en alleen voor hem bedoelt – wat blijkt als de poort wordt gesloten wanneer de boer in zijn bivak, na een levenslang wachten, sterft.
De burgers van Cairo en al die andere opstandige Arabische steden hebben de bewakers, Moubarak, Saleh, Ghadaffi opzij gezet. Zij hebben voor hun naties de poort naar de moderniteit en de gerechtigheid weer geopend.
Wie de naties van de Islamitische beschaving wil moderniseren blijkt niet om de Islam heen te komen, maar moet er dwars door. Op de rots van de democratie zal de politieke islam nu stuk slaan en zich als islamdemocratische partij her-vormen.
Every citizen of every nation has a right to a good enough state.
Frans Geraedts
Eutropolis is geen stad, geen regio, geen vervoerschema, geen gemeenschap van burgers, geen plaats op het web.
Eutropolis is geen plan, geen doel, geen idee.
Eutropolis is zelfs geen woord. Het is in geen woordenboek te vinden.
Eutropolis is een sculptuur van letters, een betekenishouw, conceptkunst.
Eutropolis is uit het woord metropolis gehakt. Eu vervangt Me. Eutropolis verbergt die substutie niet. Je blijft in eutro-polis metro-polis zien en horen en denken.(Van de Griekse moederstad, via het Parijs van de metro, naar de film van Fritz Lang en dus naar Berlijn en New York en Los Angeles)
Het geheim van Eutropolis is de t.
Eutropolis’ ontstaansgeschiedenis is plaatsgebonden. Ik stel mij voor dat het uit lokaal verzet geboren is. Uit verzet tegen de bureaucratische kitsch Euregio.
Het scheelde maar een letter, of er had Europolis gestaan. Je moet er niet aan denken.
Eutropolis: ‘eu’ = het goede en ‘polis’ = de gemeenschap met elkaar verbonden door ‘trope’ = het niet-letterlijke.
Eutropolis, ontsnappend aan moeder Europa, grensoverschrijdend, onderweg naar het wereldburgerschap.
Ai Wei Wei is een burger van Eutropolis. @angryarabiya is een burger van Eutropolis.
Frans Geraedts