Schachtsignalen, met Wiel Kusters
Thursday, January 24th, 2013vanuit blog Wiel Kusters
en parkstadlimburgbloeit
vanuit blog Wiel Kusters
en parkstadlimburgbloeit
Fotos SCHACHTSIGNALEN, de 4de SJTUB manifestatie in POST-
Ze domineerden de hemellijn met schachten, koeltorens, schoorstenen, steenenkolenbergen. Ze overstemden het geluidschap met klappende wagons, ratelende en schuivende stenen en kolen en het vierentwintig uur geknars en gebrom en gepiep van machines. Ze koloniseerden de geurwereld met het steenstof, de kolenstof, dur schlam en de as. Ze bezetten de verbeelding ondergronds.
12 mijnzetels, 12 reusachtige industriele complexen, dichtopeengepakt in een laag heuvellandschap.
We hebben er geen steen van laten staan.
Na de mijnsluiting heeft er zich in de oostelijke mijnstreek een kaalslag voltrokken.
Twelve coalmining complexes sat upon this land- and cityscape as a brotherhood of giants. When the mining stopped we killed them off without mercy, we erased, we eradicated, we rased every last building, every wall, every tower, every chimney, to the ground. Even the coalwastemountains have been sculpted and camouflaged and carried away.
De paniek heeft er mee te maken. De paniek die zich van de hele streek meester maakte toen duidelijk werd dat er hier van de mijnindustrie niets meer over zou blijven. Het oude wegvagen om plaats te maken voor het nieuwe, was een bezweringsritueel om de toekomst veilig te stellen, de toekomst dichterbij te dwingen.
Weerzin speelde mee. We mogen niet vergeten dat de overkoepelende ambitie van de vaders was dat de zonen niet in de mijnen zouden gaan werken, niet zouden afdalen, in de drek, het donker, de hitte en dur sjtub. Woede zocht zich een weg. Woede op de industrie die ons zo plotsklaps in de steek liet.
Maar de belangrijkste reden voor de kaalslag, voor de beslissing de mijngebouwen en mijnmachines in hun totaliteit met de grond gelijk te maken, was ongetwijfeld onnadenkendheid. Wij hebben er niet goed over nagedacht.
Stelt u zich eens voor hoe het zou zijn, hoe het geweest zou zijn, als we hadden besloten om op ieder van de twaalf mijnterreinen het mooiste, interessantste, spannendste gebouw te laten staan.
De fatale diemensie van de kaalslag was mentaal.
De passieve agressie die hier sinds de mijnsluiting de persoonlijkheden van binnenuit aanvreet, heeft meer dan een oorzaak. De reele machteloosheid ten overstaan van een grootschalige economische structuurverandering droeg er toe bij, de extreme afhankelijkheid van de overheid waarin men terecht kwam, deed dat ook, maar ik geloof steeds meer dat doorslaggevend voor de misvorming van onze ziel is geweest dat wij het mijnverleden geen waardige plaats in onze identiteit hebben weten te geven.
De kaalslag ontnam ons de publieke objecten die het mogelijk zouden hebben gemaakt gezamenlijk het mijnverleden te herinneren te rouwen en te vieren. Nog verstrekkender waren de gevolgen van de afbraak als symbolische handeling. De genadeloze sloop ontneemt met terugwerkende kracht aan het werk in de mijnen zijn waarde. Door de snelheid en de compleetheid en het fanatisme van de afbraak is het alsof men zich er voor schaamt, alsof het uit de geschiedenis moet worden weggewist, alsof het mijnwerk er eigenlijk niet had mogen zijn.
Vanaf het begin, vanaf het begin van de sluiting en de sloop, tekenen de mensen van de streek, tekenen de burgers van de oostelijke mijnstad verzet aan tegen de devaluatie van het werk in de mijnen. Ze doen dat door voorwerpen te bewaren die met het mijnwerk van henzelf, van hun vader en grootvader te maken hebben. De mensen zijn dat blijven doen, tot in de derde generatie. Tegenover de openbare kaalslag stond en staat de private koestering.
Het publieke kunstproject Sjtub sluit aan bij dat verzamelende verzet. De mijnvoorwerpen die door de families in de oostelijke mijnstreek worden bewaard, zullen de hoofdrol spelen in al de Sjtubmanifestaties. Zij zijn het materiaal voor de performances, de installaties, de vertoningen.
By restoring the dignity of our coalmining past, we will restore the dignity of our selves.
Sjtub heelt.
Frans Geraedts
Ademtocht, stofspoor.
(zet waszak op tafel en knoopt hem los) (opent doorzichtige plastic zak met stof)
Ik geef u, om te beginnen, een woord.
Sjtub.
Het is het eerste woord uit een reeks van vijf … woordgeschenken. Kaalslag, herinnering, schaamte en wederopstanding zullen volgen.
I give you five words, sjtub, devastation, memory, shame and resurrection that i will use as hooks to hang the thoughts and images of this text on.
(pakt een handvol stof)
Sjtub is een kleinood, een juweel van een woord. In zijn kleine frame, vijf letters, vier klanken, ligt een wereld van betekenis en informatie opgesloten, opgeslagen. Ik stel voor dat wij die schat samen lichten.
In Sjtub verzamelt zich de eigenaardigheid van het dialect van de oostelijke mijnstreek. Natuurlijk is de verzameling niet compleet, er zijn meer dialectklanken die niet tot het Nederlandse repertoire behoren. Maar de zachte en vochtige Sjjj, warmer dan de spitse s in bijvoorbeeld stof, de u die net wat opener is dan de nederlandse u in lucht en de volle en bolle b waar het nederlands voor de puntige p zou kiezen, maken van Sjtub een voorbeeldig streekklankminiatuurtje. Sprekers uit Holland hebben er dan ook moeite mee, met Sjtub, om het goed uit te spreken. U zult moeten oefenen.
Zeg mij na, repeat after me: sjtub, sjtub, en nu iedereen, everybody please, sjtub, sjtub, sjtub.
Sjtub is, durf ik te beweren, een iconografisch woord. Sjtub is een icoon. De eigenschappen van het woord zijn op de eigenschappen van het ding gaan lijken. Het woord is klein en gedrongen en hoekig. Net als stof. Gevormd onder druk, zou je bijna zeggen, tot een minimum gereduceerd. De zachte klanken net als die in stof en dust geven het woord een lichtheid mee die het voorstelbaar maakt dat het zweeft. Overigens klinkt dat zachte Sjtub net iets zwaarder en donkerder dan stof en dust. Dat hoeft niet te verbazen aangezien de stof hier niet uit fijne aarde of zand bestaat, niet uit dode huidcellen en levende mijten die door huizen dwarrelen, maar uit kool, koolstof, kolenstof. En die sjtub is nu eenmaal zwaarder, donkerder en zwarter.
(laat met opzet wat extra kolenstof door de vingers lopen.)
Sjtub betekent dus -u zult dat inmiddels wel al begrepen hebben- stof. Dust in het engels. Staub in het duits. Het Nederlandse woordenboek zegt: “een massa van zeer kleine, droge deeltjes, gewoonlijk van verschillende oorsprong, die gemakkelijk door de luchtstroom worden meegevoerd”.
Sjtub betekent in het dialect van de mijnstreek -en daarin is het woord uniek, ik kom dat in geen enkele andere taal tegen- niet alleen stof maar meteen ook de ziekte die door het stof, door het kolenstof veroorzaakt wordt. Sjtub betekent stof maar ook stoflong, stoflongen. Staublunge in het Duits, black lung in het Engels.
In de mijnstreek gingen mensen dood an dr sjtub.
In die dubbele betekenis, de combinatie van stof en stoflong, schuilt het geheim en de kracht van het woord Sjtub. De sociale geschienis van de streek ligt in die dubbele betekenis, die combinatie, die semantische economie samengebald.
Dat de stoflong een bedrijfsziekte is, werd lang ontkend. De erkenning ervan moest worden bevochten. Maar wat artsen en autoriteiten niet waar wilden laten zijn, wist de volksmond, wist het dialect al lang.
In de mijnstreek gingen mensen dood aan dur Sjtub.
Een van de vectoren van de ontwikkeling van de mijntechnologie is het vergroten van de veiligheid. De preventie van de stoflong wordt daar mettertijd onderdeel van. Tegen de tijd dat de mijnen hier gesloten worden is het zover. De mijnwerker kan tegenwoordig worden beschermd tegen de stof die op de luchtstroom van zijn eigen adem zijn longen binnendreef en die longen langzaam maar zeker liet verstenen.
In de mijnstreek gingen mensen dood aan dur Sjtub.
De mijn doodt. Met steenslag, met mijngas, met grondwater. De mijn verplettert, wiegt dodelijk in slaap, explodeert en rijt uiteen, verdrinkt en sluit op, begraaft, diep onder de grond. Maar dur sjtub heeft het meest op zijn geweten. Aan stoflongen zijn duizenden en duizenden gestorven, een verschrikkelijke, rochelende, beschamende, piepende verstikkingsdood.
De prijs van de kolen wordt in adem betaald.
Coaldust takes your breath
away, slowly but surely,
till nothing is left
but death.
(strijkt de kolenstof die over is door zijn haar)
Coalminers all over the world
take up the brass
the wood
join the band
dedicating their selves
to the creation
of a loud and brash
a different
kind of beauty
every breath of brass
and wood
is a little death (in 1 adem helemaal uitgeblazen)
(haalt diep adem)
Is it wrong
to see and hear
in that brash band
playing breathing
an industrial music
a secular ritual ?
they are i think
those brassbreathing coalminers
warding against
death
from the future
asphyxiation
that is their certain black lung fate
The certainty of failure
a very english kind of humour
about the terrible death to come
gives this music
of brass and wood and breath
its key:
a voluptuous
slightly vulgar
often sentimental
always elegiac
breathtakingly beautifull
celebration of life
that holds our death
breath in
breath out
forever in suspension
forever in contempt
Het is geen toeval dat het bezoek van een mijnwerkersband aan een mijnwerkersstreek zestig jaar geleden het wereld muziek concours verwekte. De doodsverachting waarmee mijnwerkers blaasmuziek maken is onovertroffen. Dat maakt ontvankelijk en vruchtbaar. It wets the appetite, zeggen de engelsen prachtig. Dat de mijnwerkersband zelf ook uit het engeland kwam dat ons net, nog maar een paar jaar tevoren, bevrijd had, zal de muzikale sexappeal alleen nog maar verhoogd hebben. (tilt zijn zwarte hand twintig centimeter op)
De stad Kerkrade en de oostelijke mijnstreek zijn allebei vrouwelijk, het zijn vrouwen.
Wij lenen het woord Sjtub voor een paar jaar. Zes om precies te zijn, van 2009 tot 2015. We lenen het woord om het als titel te gebruiken. We gaan het als titel gebruiken voor een publiek kunstproject. Sjtub is een publiek kunstproject voor de oostelijke mijnstreek. Het zal uit een reeks manifestaties bestaan waarin steeds een muzikaal met een beeldend spoor verknoopt worden. Dit hier vanavond is de eerste manifestatie. U bent getuige van een begin, vroedvrouw bij een geboorte.
The word Sjtub means in the dialect of this coalmining district both (coal)dust and black lung. We will borrow the word Sjtub in the coming years and use it as the title of a public art project for our community. You are present here tonite at its first manifestation, the first manifestation of the spirit of Sjtub.
Sjtub lenen schept een verplichting.
“Gij zijt stof,” zegt Genesis, zegt de bijbel, grimmig, ten overvloede vooruitwijzend naar onze sterfelijkheid, “tot stof zult gij wederkeren”.
Met kenmerkende religieuze arrogantie wordt door de tekst de suggestie gewekt dat dat voor alle mensen zou gelden, dat ze van stof gemaakt zijn.
Voor ons, voor de mensen in deze streek geldt dat niet. Wij zijn niet van stof.
Wij zijn van Sjtub.
Thou art dust! we are Sjtub!
Schachtsignalen. De geluidswal van de machines. De klankflarden die van onder de grond naar boven wellen. De toeters en bellen van de bediening. De sirene die de dienst in en uit leidt. Het alarmals er iets mis gaat. De explosie. Geklop als teken van leven. Het gesis van gas. Het gemurmel van water. De stilte.
POST- nodigt u van harte uit om op 19 januari een openbare repetitie bij te wonen van Doa Tuut Ut/ Schachtsignalen, een (muziek) stuk op basis van teksten van Wiel Kusters, muziek door Hardy Mertens.
In POST-, van 18:00 tot 21:00, Hoofdstraat 16, 6461CP, Kerkrade.
“Een ademnood”, een performance
Uitvoerenden: een groep blaasmusici uit parkstad, de dirigent Wim Steinman, de dirigent Ingeborg Stijnen, de componist Hardy Mertens, de filosoof Frans Geraedts, de beeldend kunstenaar Christine Munz.
Plaatsen: POST-; Hoofdstraat en Markt in Kerkrade; Hal van het Gemeentehuis in Kerkrade.
Tijden: Zondag 21 oktober 2012. Om 2 uur smiddags verzamelen in POST-. Afsluiting om 5.
De performance “een ademnood” is een manifestatie van het publieke kunstproject Sjtub. Sjtub onderzoekt en verandert de plaats die het mijnverleden inneemt in de de identiteit van de burgers van Parkstad Oostelijke Mijnstreek.
Programma.
14 uur: Verzamelen in POST-.
14.15 : Toespraak filosoof Frans Geraedts
14.30 : Musici in optocht met de vijf ademnoodbeelden naar Gemeentehuis.
14.45 : Beelden worden aan de vijf kunstwerken die in de hal van het Gemeentehuis staan toegevoegd. De vijf beeldparen worden bekeken.
15.15 : Musici en dirigent nemen hun plaats in. Bladmuziek wordt uitgedeeld. Orkestperformance “Een ademnood” wordt uitgevoerd.
15.45 : Terugkeer naar POST-. Ademnoodbeelden worden achtergelaten.
16.00 : Kennismaking musici met dirigenten. Hardy Mertens geeft toelichting bij compositie Sjtub.
16.30 : Musici ont/kleden diefrauen/thesewomen
Niet spelen maar performen
Een inbraak, geen bezoek
Geen gasten, maar getuigen
(1) Niet spelen maar performen.
Bedankt dat jullie er zijn.
Wij installeren deze zomer tijdens het wereldmuziekconcour een rouwmachine. Een rouwmachine opgebouwd uit vierenvijftig muzikanten, vierenvijftig blaasinstrumenten, geen slagwerk, een dirigent, de compositie sjtub, beelden, teksten en 16 minuten muziek.
We zetten de rouwmachine twee keer aan het werk tijdens het wmc -een keer binnen, een keer buiten. Een keer in de rodahal, een keer op de markt.
Binnen, in het wijngrachttheater wordt de machine een onderdeel van een concertavond met mijnmuziek, wordt de machine liefdevol omringt met muziek uit het klassieke repertoire van de mijnharmonieen en mijnfanfares.
Buiten, op de markt, wordt de machine een onderdeel van het grote wmc feesten, daar moet de machine beschermend omringd worden door honderden muzikanten van de harmonieen en fanfares van parkstad.
Dit is de derde rouwmachine die het publieke kunstproject Sjtub in en voor de oostelijke mijnstreek inricht.
De eerste rouwmachine maakte het mogelijk te rouwen om overleden vaders.
De tweede rouwmachine maakte het mogelijk te rouwen om de ondergang van een leefwereld.
De derde rouwmachine zal het mogelijk maken te rouwen om de verstikkingsdood van vier generaties mijnwerkers die bijna allemaal, de een wat jonger dan de ander, aan dur sjtub, aan verroette en versteende longen overlijden, luidruchtig overlijden, met een beschamend gepiep en geknars, vechtend met de adem, vechtend om de adem (ahhhhhhhhhh) een gevecht dat iedereen uiteindelijk verliest.
Of deze rouwmachine werkt hangt van jullie af.
Is het mogelijk mensen om het lijden van vorige generaties te laten rouwen? Is het mogelijk mensen alsnog te laten rouwen die dat een leven lang, soms meer dan 1een leven lang, hebben verzuimd? Is het mogelijk mensen al te laten rouwen nog voor dat ze weten waarom?
Muziek kan dat.
Of de zomerse rouwmachine van 2012, de rouwmachine van het wereldmuziekconcours, de rouwmachine die we samen gaan maken, de rouwmachine die het de burgers van de oostelijke mijnstreek mogelijk moet maken te rouwen om het lijden waarop hun stad, hun gemeenschap, hun cultuur, hun polis gebouwd is, de rouwmachine die het de burgers mogelijk moet maken daarover te rouwen zonder te weten wat ze doen, of die rouwmachine gaat werken, zijn werk gaat doen, rouw … (fluisterend … Rouw) (hard Rouw) voortbrengt, of die machine de mensen feitelijk doet rouwen
dat hangt van jullie af.
Natuurlijk, de compositie is belangrijk. De interpretatie door de dirigent is belangrijk. Maar of het werkt hangt van jullie af.
Jullie moeten de compositie sjtub niet spelen maar performen.
De toehoorder moet het gevecht om de adem gaan ervaren. De toehoorder moet de doodsnood en de doodstrijd gaan ervaren. De toehoorder moet het lijden gaan ervaren. De toehoorder moet het verdriet daarover in zijn eigen innerlijk tegenkomen dat al zolang klaar staat en wacht.
Jullie moeten de compositie sjtub op een zodanige manier vertolken dat de mijnwerkers voor even opstaan uit de dood. Jullie moeten de compositie sjtub op een zodanige manier vertolken dat de mijnwerkers door het theater en op de markt gaan spoken. Jullie moeten de compositie sjtub op een zodanige manier gaan vertolken dat het de spokende mijnwerkers troost.
Vandaag gaan we oefenen met Sjtub. Jullie gaan vandaag oefenen in niet spelen.
De Parade is een heimweemachine.
De Parade is een machine die op heimwee loopt, die heimwee produceert, die heimwee uitdooft.
Dames en Heren
Geachte Gasten bij de opening van de Parade,
Ik bouw hier vanavond een podium en een decor voor vier van de grootste blaasmuzikanten van Nederland. Ik bouw dat podium en dat decor niet van stenen en planken en spijkers, maar woord voor woord, zin om zin, alinea na alinea. Ik bouw het podium voor u en het decor voor hen. Ik bouw een podium van woorden voor u opdat u de muzikanten beter kunt zien en opdat u beter kunt horen wat zij spelen. Ik bouw een gedachtendecor voor de muzikanten om voor hen de ervaring van het spelen te intensiveren.
Het stuk dat de vier muzikanten voor u zullen spelen is geschreven door componist Hardy Mertens. Hardy Mertens is een van de grote componisten van blaasmuziek in de wereld. Hardy Mertens is van hier. Hij is geboren in en woont in en werkt vanuit de oostelijke mijnstreek.
Het stuk dat de vier voor u zullen spelen duurt precies vier minuten. Het is een op zichzelf staande compositie, die tegelijk deel uitmaakt van een groter geheel, een grotere compositie. Die grote compositie heet Sjtub en zal tijdens het komende WMC in premiere gaan. Het vier minuten stuk dat de vier blaasmusici, zo dadelijk, als ik er het zwijgen toe doe, voor u zullen spelen heeft als titel Het Vaderlament, Vaders klaagzang.
Dat ik hier vanavond tot u spreek, dat de vier muzikanten hier vanavond voor u spelen is onderdeel van een manifestatie. Een manifestatie die behalve dit openende optreden ook een videoinstallatie omvat die gedurende de hele parade in een van de twee tenten op het feestterrein te zien zal zijn. De titel van manifestatie en videoinstallatie luiden gelijk: De Kaalslag.
De manifestatie De Kaalslag tijdens De Parade 2012 is er een uit een reeks manifestaties die samen het publieke kunstproject Sjtub vormen. Het publieke kunstproject Sjtub daagt u uit, in al zijn manifestaties, aan het mijnverleden, het mijnwerk van vaders en grootvaders, een waardige plaats te geven, in uw innerlijk, in uw identiteit. Het publieke kunstproject Sjtub mobiliseert de burgers van de streek richting de herdenking van vijftig jaar mijnsluiting in 2015.
De vier muzikanten die dadelijk het Vaderlament gaan spelen zijn broers. Zij spelen in de symphonische toporkesten van de randstad. Ze zijn van hier. Om preciezer te zijn, ze hebben alle vier leren spelen bij de harmonie van treebeek. De harmonie die door hun vader werd geleid en gedragen. Hun vader werkte op de mijn. Hun vader is aan dat werk gestorven.
En, Oh ja, de familie steinman was protestant.
Vanavond spelen voor u -en voor hun vader- de vier broers Steinman het Vaderlament.
Fluisterend, met de rug naar het publiek: De Parade, Het WereldMuziekConcours, Sjtub, De Kaalslag, Het Vaderlament.
Gelukkig, dames en heren is mijn taak hier vanavond eenvoudig. Ik hoef geen grote inspanningen te verrichten. Het woord en denkmateriaal om mijn werk te doen ligt voor het grijpen, het ligt onder handbereik voor het oprapen. Er bestaat immers al een podium, er bestaat immers al een decor, dat gecreerd is door anderen, een werk van decennia. Ik hoef dat alleen maar te beschrijven, in woorden te vatten. En nee, ik bedoel niet het fysieke podium waar ik op sta, het fysieke decor waar ik in sta. Ik doel erop dat dat de broers steinman het vaderlament uitvoeren, hier vanavond, als onderdeel van een heel specifiek evenement. Ze spelen Het Vaderlament, Vaders Klaagzang in het kader van de Parade. Op het podium, in het decor, dat de Parade heet. Dat wereldfestival van de folklore dat zich in Brunssum, in een van de kernen van de oostelijke mijnstad, herhaalt en herhaalt en herhaalt; tientallen jaren al. Het enige wat ik hoef te doen met andere woorden is hier en nu in woord en gedachte duidelijk te maken wat het betekent op de Parade te spelen, wat de Parade betekent. Dat moet ik aan u uitleggen. En dat kan iedere gek, met een fluitje van een cent, hier, nu, tegenover u. Want u kent allemaal de Parade. U weet er alles van. U weet wat geweest is, u weet wat er gaat komen. U heeft het allemaal al gezien.
Ik verontschuldig me daarom bij voorbaat. Ik ga u geduld op de proef stellen. Ik ga in herhaling vallen. Ik ga beschrijven wat u met uw eigen ogen ziet. Ik ga uitleggen wat u al weet. Ik ga een geheim onthullen dat u al kent. Het geheim van De Parade.
(Fluisterend, met de rug naar het publiek: het geheim van de Parade onthullen om daarna Vaders Klaagzang beter te kunnen horen)
Even nog, voor ik aan de uitleg over de Parade begin, een uitleg die ons via de folklore, de overgang naar de moderniteit, heimwee, immigratie, de straten van Brunssum, de ongeschiktheid van de mens en Mexico uiteindelijk terug brengt, thuis brengt, daar waar het allemaal begon, naar Treebeek, of all places, voordat ik aan die kortste route naar het geheim van de Parade begin, even nog, wil ik erop wijzen dat wat wij hier vanavond openen niet zomaar een parade is, een uit de velen. Dit is een heel bijzondere De Parade, digging and dancing, het is De Parade die terugkijkt, de Parade die terugkijkt naar zijn eigen wortels, die naar beneden kijkt naar de ondergrondse wortels van de hele streek. Het is de enige Parade uit de geschiedenis die niet 1een maar twee optochten kent, de enige parade met twee parades, de parade en het mijnwerkersdefilee. Digging and dancing. Dit is de parade die een schuld inlost. De parade die erkent dat ze zonder het mijnwerk en de mijnwerkers niet zou bestaan. Dit is De parade die hun uitdaging aanvaardt, de uitdaging van hun erfenis iets te maken, iets moois, iets inspirerends, iets dat ons uittilt boven het alledaagse zonder het contact daarmee te verliezen. Als het goed is, is de parade vanaf nu nooit meer dezelfde. De manifestatie De Kaalslag en het uitvoeren van Het Vaderlament en deze toespraak met zijn onthullingen horen daarbij. Ze horen bij het inlossen, het erkennen, het aanvaarden van de uitdaging. Ze diggen graven, erkennen, waarderen, do you dig? Digging and dancing.
(fluisterend met de rug naar het publiek: Digging, dancing! Digging dancing, digging dancing)
Folklore bewaart. Folklore bewaart voormoderne gebruiken en rituelen. Folklore bewaart de voormoderne gebruiken en rituelen van de gewone mensen, van het volk. Folklore, Fook-Lor.
Folklore bewaart en reanimeert.
Van al die voormoderne gebruiken en rituelen blijkt de dans het levendigst. Middels de dans laat zich die volkse levenswijze van vroeger immers letterlijk belichamen. Wij lenen onze lijven aan een verleden dat wij niet achter willen laten, dat ons niet los wil laten. In de folkloredans neemt de geest van het verleden bezit van toekomstige lichamen.
Folklore is een romantische onderneming. Het is geboren uit een verzet tegen de restloze vernietiging van de traditionele levenswijzes door de modernisering. Er schuilt een ethnografische en anthropologische belangstelling in de folklore die (alle) menselijke levenswijzes wil archiveren. Er is een oprechte wens in aan het werk van mensen zelf om te bewaren wat eigen was, vanwege de grote emotionele investeringen. Er woelt een onderzoekende nieuwsgierigheid in de folklore die de mogelijkheid openhoudt dat sommigen van de voormoderne praktijken juist onder moderne omstandigheden een hoge geluksopbrengst kennen. (“Volksdansen doe je met plezier”.) Tenslotte is er in de folklore de morele verplichting actief vorige generaties te eren en te herdenken.
Folklore zou je kunnen zeggen is een overgangsfenomeen. Meer in het bijzonder is het een fenomeen van de overgang van voormoderne agrarische naar moderne stedelijke samenlevingen. Folklore laat zich duiden als een copingstactiek, als een van de manieren om met de pijn en moeite van die overgang om te gaan. Daarenboven laat folklore zich interpreteren als een democratische erfstrategie, ten aanzien van een ondergaande cultuur: niet alleen wat waardevol is aan de paleizen en de kunst van de rijken en machtigen moet worden bewaard, maar ook wat van waarde is aan de dagelijkse manier van leven van de gewone man en vrouw.
Helaas blijkt folklore kwetsbaar, voor een hele reeks cultuurziektes vatbaar. Sentiment en dus kitsch liggen voortdurend op de loer. Het idealiseren, tot idylle verklaren van het voormoderne verleden ligt daaraan meestal ten grondslag. Het is gemakkelijk, zo blijkt, folklore te instrumentaliseren voor een politieke constructie van gemeenschap en identiteit. Meestal gaat het dan om de constructie van een nationale gemeenschap en een nationale identiteit – en dat is niet zonder gevaar. Folklore en agressief nationalisme dansen vaak hand in hand. De kwalijkste uitwassen doen zich voor als de folklore niet meer dient om binnen de moderniteit voormoderne tradities te bewaren, maar gemobiliseerd wordt om de moderniteit als zodanig te bestrijden en ongedaan te maken. Folklore kan dan onderdeel worden van reactionaire of zelfs totalitaire politieke constructies.
Fluisterend, met de rug naar het publiek: Folklore, de voormoderne cultuur van gewone mensen bewaren, reanimeren, in dienst stellen van het geluk. Op haar best een innoverende kunstvorm, op haar slechtst kitsch in dienst van de reactie. In de regel is folklore een overgangsfenomeen van voorbijgaande aard dat helpt de pijn en moeite van modernisering te verdragen. De krachtigste folklore is de dans. Daarin krijgt de traditie body.
De Parade is uit heimwee geboren. De Parade is uit de heimwee van immigranten geboren. De Parade is uit de heimwee geboren van immigranten die naar het zuidoosten van Nederlands limburg kwamen, omdat daar werk was, omdat daar werk over was, omdat waar werk in overvloed was, onder de grond, diep onder de grond, in de steen en de kool. De Parade is geboren uit de heimwee van de mijnwerkers en hun gezinnen. De Parade is geboren uit de heimwee van mijnwerkers en hun gezinnen naar hun land van herkomst, naar al die verschillende landen van herkomst.
Ze zijn te voet gekomen, de aankomende mijnwerkers, die ene grens over, uit Belgie en Duitsland. Maar ook van verder weg, zoals u weet, uit Polen en Galicie, uit Bohemen en Slowakije, uit Hongarije, uit Macedonie, uit Kroatie en Bosnie en Servie, uit Griekenland en uit Italie en uit Spanje zijn ze aan komen lopen en helemaal op het einde, toen de sluiting van de mijnen al aanstaande was maar nog niet bekend gemaakt, ook nog helemaal uit Turkije en Marokko. En natuurlijk, ze kwamen ook uit de rest van Nederland, op de fiets, of met de trein, uit noordlimburg, uit brabant, uit amsterdam, uit groningen en friesland. Toen de stroom immigranten die naar hier kwam om werk te vinden in de mijnen, stilviel, uiteindelijk, waren een handvol dorpjes veranderd in een enkele grote stad van meer dan 200.000 mensen.
Immigrantengemeenschappen vallen dikwijls terug op folklore uit hun land van herkomst om het heimwee te bestrijden en gemeenschapsgevoel tot stand te brengen. Boheemse volksdansavonden in Heerlerheide, Macedonische in Hoensbroek, Poolse in Brunssum, om maar wat te noemen. Soms brengen de immigranten de dans en de gebruiken en rituelen nog rechtstreeks mee uit een traditionele levenswijze. Dan wordt pas in het land van aankomst, dan wordt pas hier, in de oostelijke mijnstreek de zoeven nog levende traditie als folklore herboren. Maar in de meeste gevallen komen de immigranten uit overgangssamenlevingen, samenlevingen die aan de modernisering begonnen zijn, samenlevingen waar de traditionele levenswijze al aan veranderingen onderhevig is. In al die gevallen importeren de immigranten de folklore kant en klaar, in de vormen waarin die in hun land van herkomst al bestond, meestal met een krachtig nationalisme verbonden, soms compleet met bladmuziek, uniform en lerares.
Folklore is een heimweemachine. Folklore loopt op heimwee, folklore brengt heimwee voort en folklore dooft heimwee uit.
Nationale folklore bewerkt de heimwee naar een verloren tijd. Een verloren tijd die de oorsprong en eenheid van volk en natie herbergt en garandeert. De folklore van immigranten voegt aan de heimwee naar een verloren tijd de heimwee naar een verloren plaats toe. Scherper geformuleerd: immigranten folklore gebruikt het bewerkte heimwee naar een verloren tijd om aan het heimwee naar een verloren plaats te werken.
Als het volksdansen in de immigrantengemeenschap een keer wortel heeft geschoten, ligt het voor de hand om professionele folklore groepen uit het land van herkomst uit te nodigen op bezoek te komen, als bron van inspiratie en trots, als symbool van blijvende verbondenheid, als embleem van onderscheid en identiteit.
(Fluisterend, met de rug naar het publiek: dan zijn we er bijna, bij de geboorte van de parade: verschillende immigrantengemeenschappen die ieder voor zich folkloregroepen uit hun exvaderland uitnodigen, in vriendelijke concurentie; maar, geloof me, het wezenlijke ingredient mist. We zijn dicht bij het onstaan van de parade maar het geheim ontbreekt nog.)
dames en heren,
Het geheim van de parade is niet het festival. Is niet de verscheidenheid van folklore dans die u de komende dagen kunt zien. Het geheim van de parade was en is de parade. De optocht van de folkloregroepen door de publieke ruimte van een van de kernen van de mijnstad, van de mijnwerkersstad, van de immigrantenstad, de stad die werkenderwijs ontstaan is rond elf mijnzetels, de stad die naamloos gebleven is, tot op de dag vandaag. Het geheim van de parade is de parade.
De vader van de parade (of moeder, of vaders, of moeders, wie weet) had een lumineus idee, een idee dat licht geeft, dat richting geeft, vooruitwijst. Want het is de optocht die het verschil maakt, gezamenlijk, met zijn allen, met alle folkloregroepen, in de publieke ruimte, met een publiek van burgers langs de kant, dat kijkt en ziet en draagt en begrijpt en affirmeert en applaudiseert. De publieke gezamenlijke optocht tilt de folklore uit de kitsch, uit het sentiment, uit de idylische leugen, uit het agressieve nationalisme, uit de reactionaire nostalgie.
Laat me dat uitleggen. Laat me aan u uitleggen hoe de parade van De Parade zijn werk doet. Laat me aan uw uitleggen hoe de parade van De Parade bewerkstelligt wat hij bewerkstelligt.
Wat gebeurt er als de verschillende immigrantengroepen die met elkaar een naamloze mijnwerkersstad delen de eigen volksdansgroepen, amateurs van hier, professionals van daar, de straat op sturen? In een gezamenlijke optocht? Met diezelfde immigrantengroepen samen langs de kant van de straten? Om hun kinderen en kleinkinderen en broers en zussen en neven en nichten en hun gasten uit het verre voormalige vaderland aan te moedigen, te bekijken, van applaus te voorzien? Wat gebeurt er dan?
Men ziet .. elkaar. De polen zien niet alleen de poolse groep, de polen zien ook de tjechen, en de spanjaarden en de friezen.
Ja, natuurlijk, ik weet het, het is een feest van de verscheidenheid. De boheemse dirndls zijn net weer anders dan de rokjes uit macedonie. En de pasjes van de vlaamse rijendans verschillen echt van de griekse zirtaki. En ja, echt, klopt, melodie en ritme verraden aan wie goed luistert dat muziek van elders radikaal andere wortels heeft. Maar, doe me een lol, stelt u het zich eens voor, keer met me terug naar toen, verplaats u in gedachten naar de stoepen van het Brunssum van toen, zwarter maar ook levendiger dan nu, en kijk: wat toch vooral opvalt is dat het allemaal op elkaar lijkt, dat het allemaal varianten van hetzelfde zijn.
De mensen die langs de kant van de weg stonden in die stichtende eerste parades herkenden zichzelf in de ander die voorbijkwam. Ze herkenden het heimwee dat daar langs kwam, bij al de groepen. Ze herkenden de hulpeloosheid van de poging om die thuispijn al dansend te verdoven. Ze herkenden het verlangen naar verbinding met het land van herkomst, bij al de groepen. Ze herkenden de hulpeloosheid van de poging om die verbinding al dansend in stand te houden. De gevoeligen herkenden -ik ben er zeker van- iets van de wreedheid die er in schuilt dat juist in de lijven van de kinderen het ritme van een een verloren plaats en een verloren tijd geslepen wordt.
De mensen op de schoongepoetste zwartgerande stoepen van het Brunssum van toen herkenden in elkaar de immigrant.
De parade verkeerde de immigrantenfolkloregroepen van de oostelijke mijnstreek in hun tegendeel. Van oorsprong in het leven geroepen om een specifieke immigrantengemeenschap te helpen stichten, “polen in brunssum”, demonstreert de optocht, demonstreert het na elkaar en samen van de groepen in de optocht, de gedeelde, de gezamenlijke existentiele situatie. “wij zijn niet alleen allemaal mijnwerkersfamilies, wij zijn ook allemaal immigranten families, met vergelijkbare pijnen en moeites”. In die mythische, eerste, vroege parades, zo lang geleden en toch zo dicht bij, herkennen de immigranten elkaar als immigrant en erkennen ze elkaar als existentiele gelijken. In die eerste mythische vroege parades beginnen de mijnwerkersfamilies elkaar op basis van die existentiele gelijkheid als gelijkwaardige burgers te zien, burgers van de mijnenstad, de mijnwerkersstad, de immigrantenstad, de naamloos gebleven stad waar ze met zijn allen naar toe zijn komen lopen.
Het geheim van De Parade is de parade.
Het geheim van de parade van de Parade is dat het publiek onder al de folkloreverscheidenheid een overeenkomst begint te zien. Het geheim van de parade van de Parade is dat het aan het publiek via en onder de folkloristische verscheidenheid de existentiele gelijkheid toont die ons mensen verbindt. Het geheim van de parade van de Parade zit niet in de verschillen maar in die ene grote overeenkomst.
Voor de mijnwerkersfamilies op de zwartgerande stoepen toonde de overeenkomst zich als het dansende heimwee dat alle immigranten delen en dat pas generaties later uitdooft.
Wat zult u zondag zien?
Hopelijk ziet u in die internationale optocht, die verzameling nationale en regionale folklores die voorbij trekken eerst even de schaduw het spook van die vroege eerdere parades waarin uw ouders elkaar als immigranten, gelijken en burgers herkenden. Opdat we niet vergeten dat we hier in de naamloze mijnstad allemaal immigranten zijn.
Maar er is meer te zien. U kunt als u wilt dieper en verder kijken dan die zwartgerande mijnwerkersfamilies konden. Dat is het voordeel als je op de schouders van reuzen staat. Wat aan u voorbijtrekt zondag demonstreert voor wie het maar zien wil hoe moeilijk het is voor alle volkeren om traditionele samenlevingen te moderniseren. Van die pijn en moeite, van dat verlies, leggen al de groepen getuigenis af. Wat u ziet is folklore, de dappere poging elementen van de traditionele levenswijze die onherroepelijk verloren gaat, nieuw leven in te blazen en te bewaren. Wat u ziet is heimwee naar een verloren tijd. Wat u ziet is een copingstrategie, een erfstrategie.
Kunt u naar de maxicaanse groep kijken zonder emphatie, zonder medepijn, zonder schaamte? Ik niet. Ik zal de schamele rest zien van een unieke cultuur. De inheemse cultuur van het amerikaanse continent, wezenlijk verschillend van de eurasische, want door oceanen gescheiden. Een cultuur die wij bijna helemaal vernietigd hebben door oorlog en genocide en slavernij en alcohol en ziekte. Maar ik zal ook de inspanningen zien van de nakomelingen van de inheemse bevolking om de schamele rest te bezielen en te belichamen. Ik zal de rol zien die dat in hun identiteit speelt en in de inspanning een waardige plaats in de samenleving te verwerven.
Wie goed kijkt ziet net als de zwartgerande mijnwerkersfamilies vroeger onder al de verscheidenheid een overeenkomst. Wie goed kijkt ziet de pijn en moeite die het alle samenlevingen kost te moderniseren. Wie goed kijkt ziet onder de pasjes en de lachjes de pijn het lijden en het verlies.
Misschien kunnen we zelfs nog wel 1een enkel stapje verder denken.
Zou het kunnen dat de parade van de Parade de folklore vrijspeelt? Overhevelt van een reactionair en agressief register naar een democratisch en empathish? Zou het kunnen dat die vrijgespeelde folklore ons confronteert met de fundamentele ungleichzeitigkeit van de mens? Zou het kunnen dat de mens altijd, voor altijd net te laat zal bliven komen. Zou het kunnen dat wij wij altijd, voor altijd net achter de feiten zullen blijven aanlopen. Zou het kunnen dat de folklore er ons mee confronteert dat wij de culturele tijd nooit helemaal zullen inhalen? Ons daarmee confronteert en in een dezelfde beweging ons daarover ook troost?
Misschien is het geheim van de parade van de Parade wel dat hij ons voorhoudt dat we allemaal immigranten zijn, waar we ook vandaan komen, dat we allemaal met vallen en opstaan de vooruitgang zullen moeten proberen bij te benen, hoe modern we ook zijn, dat we allemaal uit de pas lopen met de tijd, vanaf het moment dat we geboren zijn tot aan de dood.
Misschien is het geheim van De Parade wel dat zij ons mildheid leert en een zorg voor elkaar die gebaseerd is op het besef van onze gezamenlijke, gedeelde, duurzame achterlijkheid.
En natuurlijk hadden we al deze omwegen ook achter wege kunnen laten en ons direct naar Treebeek kunnen begeven. Het Treebeek waar ze net als u het geheim van de parade van de Parade al lang kennen. Het Treebeek van de elf verschillende kerken, het Treebeek waar iedere immigrantengroep vertegenwoordigd was, het Treebeek waar wel niet het centrum maar dan toch het zwaartepunt van de naamloze mijnstad ligt, het Treebeek waar de vader van de broers Steinman een protestantse harmonie bestierde, die hoge ogen gooide op het Wereld Muziek Concours, het Treebeek waar de broers Steinman muziek hebben leren maken met hun adem, adem in, blaas uit, iedere atemwende een kleine dood.
Het geheim van de parade van de Parade heet Treebeek.
Wij herkennen in elkaar de pijn, the failure, onze ongeschiktheid.
De geniale move van de vader van de parade, vavaders en moeders van de parade was het dat ze de verschillende folklores, de folklores van de verschillende immigrantengemeenschappen, in een festival, maar nog belangrijker in een optocht door de stad bij elkaar bracht en met elkaar combineerde.
Het geheim van de parade is het geheim van de oostelijke mijnstad, de mijnwerkerstad, de immigranten stad, de stad zonder naam.
The sillyness of our nationalisms.
Als u naar de optocht kijkt zondag dan trekt de pijn en moeite van de overgang naar de moderniteit aan u voorbij; een overgang die zich ongelijktijdig afspeelt wereldwijd; een overgang die traditionele levenswijzes vernietigt; een overgang die die zich bijna overal in de vorm van een heftig nationalisme voltrekt; een overgang die heimwee produceert en niet zelden reactionaire bewegingen, die met geweld terug willen in de tijd; een overgang die de vraag oproept wat van de traditionele levenswijze de